De Brusselse Regering kent de gewestelijke waarborg toe voor de hervatting van de hypothecaire kredieten van het Woningfonds
Op voorstel van Minister van Financiën en Begroting Dirk De Smedt en Staatssecretaris voor Huisvesting Karine Lalieux stemde de Brusselse Hoofdstedelijke Regering donderdag in met de toekenning van de gewestelijke waarborg voor leningen die het Woningfonds in 2026 aangaat. Het maximaal bedrag dat dit jaar bij institutionele kredietverstrekkers kan worden geleend, is daarbij vastgesteld op 100 miljoen euro.
Voor de goede orde, het Woningfonds had zich genoodzaakt gezien de behandeling van kredietaanvragen vanaf 1 juli 2025 op te schorten wegens de onzekere begrotingssituatie. Gezien de terugval in de kredietverlening als gevolg van de opschorting geldt voor een deel van het personeel van het Woningfonds sinds 1 maart 2026 een regeling voor tijdelijke werkloosheid.
Karine Lalieux, Staatssecretaris voor Huisvesting: “De waarborg komt voor veel Brusselaars als een verademing omdat het Woningfonds hierdoor vanaf juli opnieuw koopkredieten kan toekennen. Met leningen die kunnen oplopen tot 120% van de waarde van het onroerend goed in kwestie speelt het Woningfonds een belangrijke sociale rol door gezinnen met een bescheiden of middelgroot inkomen te helpen hun droom van een eigen woning waar te maken. “
In 2025 kende het Woningfonds aan 597 gezinnen een lening toe voor de aankoop van een woning, tegenover 672 in 2024.
100 miljoen euro in 2026
Het maximaal leenbedrag van 100 miljoen euro voor het jaar 2026 vindt zijn oorsprong in het feit dat nieuwe kredietaanvragen pas vanaf het vierde kwartaal invloed zullen hebben op de thesaurie van het Fonds, gezien de gemiddelde tijd die nodig is om de aankoop van een woning en de financiering daarvan door een gezin af te ronden.
Dirk De Smedt, Minister van Financiën en Begroting: " Dankzij de regionale garantie biedt het Woningfonds elke Brusselaar opnieuw de kans om zich te ontplooien: wie een woning koopt, bouwt aan zijn toekomst. Eigenwoningbezit blijft de krachtigste hefboom voor sociale mobiliteit, en daar zetten wij op in.”
Eva Vanhengel
Sheraz Rafi